Pippie Langkousopvoeding: een valkuil als autoritair zijn een schrikbeeld is

Na het opvoedadagium van rust, reinheid en regelmaat, ontstond halverwege de zeventiger jaren de voorkeur om kinderen meer ruimte te geven zich te ontwikkelen en mondig te worden. Disciplinering werd daarbij gezien als afkeurenswaardig. Naast de vaste bedtijden verdween de hiërarchie in de opvoeding en deed de gelijkwaardigheid tussen ouders en kind zijn intrede.

De behoefte een kind te zien als gelijkwaardig aan een volwassene heeft als risico dat ouders het lastig kunnen vinden voet bij stuk te houden als ze een andere mening zijn toe gedaan dan hun kroost. Deze blog gaat over de overtuigingen van ouders die het ‘voet bij stuk houden’ lastig kunnen maken en kunnen leiden tot problematische toegeeflijkheid in de opvoeding. Het alternatief, de autoritatieve opvoedstijl komt ook aan bod.

Hindernissen bij het stellen van grenzen

Soms zijn er factoren, ervaringen of overwegingen/ overtuigingen die het grenzen stellen zwaarder en moeilijker maken (o.a. Clark, 2009). Voorbeelden daarvan zijn:

niet autoritair willen zijn en een kind nergens toe willen ‘dwingen’. Als er sprake is van een doorgeschoten respect voor autonomie heeft een kind alle vrijheid in gedrag en activiteiten. Het kind bepaalt (‘ze is heel zelfstandig’), de ouder past zich aan aan de wensen van het kind. De keerzijde van deze Pippie Langkousopvoedstijl is het risico van het te weinig ontwikkelen van sociale vaardigheden en het ontstaan van externaliserend probleemgedrag. Het kind leert namelijk te weinig om rekening te houden met en zich zo nodig aan te passen aan de wensen of ideeën van anderen.

uitgaan van een gelijkheidsprincipe. Ouders en kinderen zijn gelijkwaardig in de zin dat beiden van elkaar een respectvolle omgang mogen verlangen. Ze zijn echter niet gelijk. Ouders hebben andere verantwoordelijkheden en rechten dan kinderen. Volwassenen hebben toegang tot alcohol, kinderen niet. Leren dat dat niet oneerlijk is maar een gegeven, hoort bij de opvoeding.

Maar ook horizontaal geldt dit. Als alle kinderen iets mogen, betekent dat niet dat jij als kind het ook mag. Soms mag je iets niet. Dat wordt je uitgelegd en zo leer je dat je je soms over frustraties heen moet zetten. Leren leven met het gegeven dat dingen soms ‘oneerlijk’ voelen, helpt om steviger in het leven te staan. Als alles wordt gladgestreken leidt dat vaak tot kinderen die snel ontevreden zijn. Soms is het zoals het is.

bang zijn voor liefdesverlies. Uitspraken als ‘ik haat je’, ‘je bent gemeen’, ’stomme mama/pappa’ etc verlammen de motivatie om een kind te corrigeren en deze angst kan er toe bijdragen dat na aanvankelijke correctie toch wordt toegegeven. Bij temperamentvolle kinderen waar dit regelmatig speelt kan het leiden tot opvoedvermoeidheid.

zich schuldig voelen. Een opvoeder die zich schuldig voelt, bijvoorbeeld omdat hij/zij in beslag wordt genomen door een drukke baan, wil nog wel eens worden verleid tot toegeeflijkheid om daarmee het schuldgevoel af te kopen.

te weinig energie hebben. Op een kalme, neutrale en vasthoudende manier (bij)sturen vraagt een topconditie van opvoeders. Een (te) druk leven of overbelasting draagt hier niet altijd aan bij. Opvoeden van temperamentvolle kinderen vraagt een goede conditie om op een rustige, vriendelijke en vastberaden manier koers te houden.

De opvoeddoelen individuatie en socialisatie

Ruimte om te ontdekken en uit te proberen zijn voor de ontwikkeling van een kind essentieel. Het ondersteunt onder andere de individuatie, het worden wie je bent. Echter, opvoeding is ook gericht op socialisatie met als doel dat je je kunt aanpassen aan verschillende omstandigheden zodat je makkelijker kunt samenleven en het vermogen tot altruïsme ontwikkelt. Een kind dat te weinig (bij)sturing krijgt, loopt het risico onvoldoende zelfbeheersing te ontwikkelen en heeft in het latere leven moeite met het verdragen van ongemak, teleurstellingen en frustraties.

Opvoeding die zowel individuatie als socialisatie ondersteunt, wordt autoritatieve opvoeding genoemd. De autoritatieve opvoeding bestaat uit een combinatie van enerzijds belangstellend, zonder eigen ouderlijke agenda, ondersteunen van initiatieven van het kind en anderzijds positief en directief leiden: versterken van gewenst gedrag en waar nodig bijsturen passend bij de normen en waarden (Maccoby & Martin, 1982; Baumrind, 1991; Deković & Prinzie, 2014;Van Leeuwen & Geeraets, 2017).

Een kind veel te veel ruimte geven wordt problematische toegeeflijkheid genoemd; hierboven gevisualiseerd door de Pippi Langkousstijl. Deze stijl kan leiden tot initiatiefrijke en verfrissende persoonlijkheden, maar als collega of partner geven we er de voorkeur aan dat er tevens het vermogen is om af te stemmen en rekening te houden met een ander.

In de opvoeding een kind te veel willen opleggen en het te weinig steunen in de autonomie is het andere uiterste. Deze stijl noemen we de repressieve stijl. Deze kenmerkt zich door een te kritische, dwingende houding (autoritair) en/of door psychologische controle (“weet je wel hoe erg ik er onder lijd dat jij….”) (Colpin, Soenens & Goossens, 2016). Bij de repressieve stijl is er het risico op het ontwikkelen van een negatief zelfbeeld en depressieve gevoelens.

Tot slot: opvoeden is een uitdaging. Soms gaat ons de ene stijl makkelijker af dan de andere. Voor ouders betekent dat ze het goede uit hun eigen opvoeding moeten zien te bewaren en desgewenst aanvullen ofwel op het vlak van ondersteunen ofwel op het vlak van leiden. Wellicht helpt het om de opvoeddoelen (individuatie en socialisatie) voor ogen te houden en de hobbels op de weg er naar toe voor lief te nemen. Opgroeien gaat met vallen en opstaan. Opvoeden bij tijd en wijle ook.

Referenties

Baumrind, D. (1991). Parenting styles and adolescent development. In J. Brooks-Gun, R. Lerner & A.C. Peterson (Eds.), The encyclopedia of adolescence (pp. 746-758). New York: Garland.

Clark, L.J. (2009). SOS! hulp voor ouders. Een praktische gids voor het omgaan met alledaagse gedragsproblemen van kinderen. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

Colpin, H., Soenens, B., & Goossens, L. (2016). Opvoeding en gezin. In K. Verschueren & H. Koomen (Eds.). Handboek diagnostiek in de leerlingenbegeleiding: Kind en context. (pp. 233- 253). Antwerpen-Apeldoorn: Garant.

Deković,M. & Prinzie, P. (2014). Gezin en afwijkende ontwikkeling. In P. Prins& C. Braet (red) Handboek klinische ontwikkelingspsychologie.(pp.143-166). Houten: Bohn Stafleu van Loghum

Maccoby, E.E. & Martin, J.A. (1982). Socialization in the Context of the Family: Parent-Child Interaction. In E. Hetherington (Ed.). Handbook of childpsychology, vol. 4: Socialization, personality and development (p.1-101). New York, Wiley.1982

Van Leeuwen, H.M.P., Geeraets, M.H.W., Heiner, W.D. & Hemminga, M.Y. (2017. Mediatietherapie autoritatief opvoeden, ouder-kind interactie en gedragsmanagement. Materialen voor therapeuten. Abcoude: Bureau PEERS

Van Leeuwen, H.M.P. & Geeraets, M.H.W. (2018). De ouder-tiener interactietraining; wijs met tieners, wijs met ouders.Trainersmaterialen. Abcoude: Bureau PEERS

Download